Ik ga op reis

Weet u wat geestig is? Ik schrijf dit verhaal op werk. Ik heb wat tijd over maar ik moet nou eenmaal van 8:00 tot 17:00 aanwezig zijn. Daar word ik voor betaalt. Het is 17 januari 2024. De klok geeft vijf minuten over half vijf. Vanochtend ben ik in het donker van huis gegaan. De miezer als voorbode van de aanstaande grauwe dag.

Mijn dagen zijn vrijwel identiek. In het donker kom ik aan en neem plaats achter mijn bureau. Terwijl mijn twee computerschermen flikkerend tot leven komen strompel ik naar de pantry waar ik mijn eerste kop koffie uit de Douwe Egberts machine laat spuiten. Ik mag vier kopjes koffie per dag van mezelf. Ergens heb ik gelezen dat koffie niet zo goed voor je is. Anders zouden het er meer zijn. Veel meer. 

Met mijn eerste kop koffie loop ik terug naar mijn bureau. Mijn collega’s druppelen langzaam binnen en roepen populaire leuzen zoals ‘ nieuwe dag, nieuwe kansen ‘. Ze hebben gelijk. Nippend aan mijn brandstof open ik mijn e-mail om te kijken of er zich nog ontwikkelingen hebben voorgedaan sinds ik afsloot zo’n 15 uur geleden. Een eerste vraagstuk dient zich aan en dat lijkt een startsein voor een reeks aan gebeurtenissen die mijn dag doen voortkabbelen, onderbroken door mijn lucnhpauze, de koffierondes en toiletgang. Als de klok vijf uur heeft geslagen stroomt het gebouw leeg en ook aan mijn werkdag komt een einde. Dit herhaalt zich meer dan tweehonderd dagen per jaar. 

Begrijp me niet verkeerd, het is niet zo dat ik een onplezierige baan heb. Mijn baan is zelfs best leuk en als ik het vergelijk met mijn vrienden word ik ook verdienstelijk betaald. Het mag altijd meer maar goed, daar kan ik dus niet ontevreden over zijn. 

De rit van werk naar huis duurt zo’n twintig minuten. Het geeft me tijd om na te denken over het avondeten. Misschien moeten er nog wel boodschappen gedaan worden alhoewel mijn partner en ik steeds vaker gaan voor weekboodschappen die we in het weekend halen. Dat lijkt voordeliger. 

Het is maandagavond dus vanavond is het tijd voor de sportschool. Dinsdagavond is vrijwilligerswerk in het asiel en woensdagavond voetbaltraining. Donderdagavond quality time met de verloofde waarna het weekend zich aandient waar alle sociale bezigheden in gepropt worden. Wat heeft een mens aan rust? Niks. 

Ondanks dat het geen vervelend leven is geeft de huidige situatie mij een beklemmend gevoel. Ik ben dertig jaar en heb inmiddels zeven jaar werkervaring opgebouwd bij vier verschillende bedrijven. Ik heb aan den lijve ondervonden dat het gras nergens groener is. Werk is werk. Er zijn leuke collega’s en minder leuke collega’s, makkelijke en moeilijke managers, samenwerking en competitie. Dit is overal hetzelfde en dat is prima. Daar komt het beklemmende gevoel niet vandaan. Het komt ook niet doordat ik moet werken. Werk hoort erbij. Je talenten inzetten zodat je daar geld mee verdient is iets waar ik volledig achter sta. Voor niets gaat de zon op. 

Het beklemmende gevoel komt doordat ik geen vrijheid heb om mijn eigen keuzes te maken. Dat voor mij is vastgesteld dat mijn tijd, vijf dagen per week van ‘s ochtends 07:30 tot 18:00 ‘s avonds in dienst staat van een organisatie die bepaald waar ik ben en hoe ik mij moet gedragen terwijl ik op die plek ben. Ik werk voor een baas. En natuurlijk ben ik zelf akkoord gegaan om onder die omstandigheden te werken, maar het lijkt alsof ik dat doe omdat dit is wat ik ken. Het is een pad dat door duizenden, dan niet miljoenen is en wordt gelopen. Dat is niet erg, alleen ik wil liever over een pad lopen dat wat minder vaak bewandeld wordt. Dat maakt alleen wel dat het pad minder makkelijk begaanbaar is.

Vroeger vond ik het wel meevallen maar de laatste tijd ben ik mij ontzettend bewust van  het begrip tijd en de vergankelijkheid ervan. Dagen, weken, maanden en jaren schijnen voorbij te vliegen zonder dat ik er grip op krijg. En om eerlijk te zijn heb ik al jaren niet echt een idee waar ik mee bezig ben. Althans, ik vraag me af of ik wel met alle juiste dingen bezig ben. Het komt erop neer dat ik te eigenwijs ben om alleen maar de voorgeschreven stappen te volgen, maar te laf om echt risico’s te nemen en zo een eigen leven te creëren. 

Ik vergelijk het voor het gemak even met een kind dat in een opstandige bui wegloopt van huis, maar er tien passen na het passeren van het tuinhek achterkomt dat het toch wel eng is om op eigen benen te staan en voor jezelf te zorgen, waarna de tocht terug wordt ingezet. 

En plots overvalt me het gevoel dat ik er meer spijt van zou hebben als ik niet op pad zou gegaan dan dat ik halverwege onverrichter zake moet terugkeren. Wie weet zie en leer ik onderweg nog wat. En dus ga ik op reis. Ik ga ontsnappen aan de negen tot vijf en ik neem u mee op pad. Samen is het minder spannend. 



Related Posts